Begin 2021. Ik loop een rondje door het park en denk aan de groep die over drie weken begint. Drie namen staan vast. Er is nog één plek.
Terwijl ik loop valt het me in. Het kan je maar invallen. Ik ben op zoek naar iemand met eergevoel. Iemand die anderen kan dragen en zich comfortabel kan laten voelen, alleen al door oprecht betrokken te zijn. En die dit met twee handen aangrijpt.
Caspar komt voorbij in gedachten. Ik had hem een tijd niet gezien. Hij was nieuw in onze karateschool en boog bij binnenkomst al naar de dojo, zoals een karateka dat doet.
Als ik lesgaf luisterde hij naar wat de bedoeling was en zette hij zich er volop in. Begreep zijn trainingspartner het niet meteen, dan hielp hij zonder veel uitleg, zo dat die gelijk verder kon en er gevoel voor kreeg. Als hij mij assisteerde hield hij precies de goede afstand. Betrokken, en toch meebewegend. Heel prettig. Dat kom ik bijna nooit tegen.
Ik vroeg hem. En ik zei erbij waarom. Dat ik hem wilde hebben voor de anderen.
Dat is nogal wat om te horen als je zelf zes dagen aan jezelf komt werken. Hij zei ja.
Drie weken later zat hij aan tafel, als een van de vier. Meteen open, meteen aandachtig. Het was midden in de coronahectiek, en hij bracht rust mee naar binnen.
Een jaar na het programma zegde hij zijn baan op. Vijfentwintig jaar bedrijven, leidinggevende rollen, en toen niet meer. Nu staat hij in onze dojo.
Laatst vertelde ik het nog eens, met de trainers erbij. Hij hoorde mijn reden om hem erbij te vragen alsof het de eerste keer was.