Mijn ogen op half zeven

Wat een berg antwoorden. Die ook niet allemaal even soepel mijn mond uitkwamen. Denk ik. Het begin liep wat stroef. Ik zag hem soms wat gefronst naar zijn notities kijken. Hoe gaat hij daar een samenhangend verhaal van maken?

Ik vond het leuk hoe hij de deur inliep. Een ferme handdruk. Hij nam alles in zich op. En terwijl hij ging zitten kwam er bijna verontschuldigend uit dat hij alles gewoon met de hand opschreef. Een verslaggever van de oude stempel, ze zijn er nog.

Van tevoren had ik er niet te hard over nagedacht. Expres niet. Zoals een goede danspartner betaamt liet ik hem leiden. Want als ik het zelf moest gaan verzinnen zou er meer van hetzelfde komen. Dat was nu juist niet de bedoeling.

Maar toch. Het werd een spervuur aan vragen, van deze man die ik nooit eerder had ontmoet. En ik antwoordde ‘voor de voet op’, leek wel. Het eerste wat in me op kwam. Hij probeerde de tijdlijn scherp te krijgen, en hoe het allemaal precies zat.

Gefronst dus soms.

De fotograaf kwam ook aangeschoven. Het ging even over Lage Zwaluwe, en hoe hier eigenlijk helemaal niets te beleven valt. Wat niet waar is natuurlijk. Ze zaten in het epicentrum van Doyo, hallo?

Dus ik nam ze mee naar buiten. Naar de dojo, naar de vijver. De fotograaf liep gelijk Boris z’n geheime paadje in en schoot tussen de bloemen door mijn portret. Ik wist niet echt hoe ik moest kijken. Als stoere ondernemer, die wel vriendelijk mag overkomen. Voor mij op het einde van de dag, met mijn ogen op half zeven en roodgloeiende wangen. Terwijl de verslaggever ook naar me keek.

Dus ja, gemixte gevoelens, en een glas rode wijn na. Om te vieren dat ik het overleefd had.

Binnenkort in de krant. Ik heb het al gelezen. Het is hem gelukt. Ons allemaal.

Dit stuk verscheen eerst in mijn mail.

Over dit bezoek verscheen op 8 september 2026 een artikel in BN de Stem, voor abonnees. Op 9 september 2026 ook in de papieren krant. 

Dit vind je misschien ook interessant