Met mijn neus erbovenop

Afgelopen programmadag liet Erik de helft van de sla op de grond vallen. We bleven allebei kalm. Er was nog tijd om nieuwe te halen, dat ook. Snelle high five.

Eigenlijk had ik helemaal niet in die keuken hoeven staan.

De programma’s, intervisie met de trainers, en acquisitie: het afgelopen jaar heb ik dat allemaal overgedragen. En als de trainers iets oppakken laat ik het ook echt. Soms vraag ik terloops of iets gelukt is, als ik er te lang niets over heb gehoord. Verder hijg ik niet in iemands nek.

Op één ding na. En je zou denken dat dat het minst ingewikkelde is van heel Doyo.

De lunch.

Ik bedenk hem tot in de puntjes, iedere keer iets anders. Ik heb hem uit handen gegeven, maar net niet helemaal.

We maken hem terwijl de deelnemers op stiltewandeling zijn. Soms is dat twintig minuten, soms dertig. We weten het nooit van tevoren. Zijn ze eerder terug, dan moet de rest geruisloos. Dus doen we het, ondanks het voorwerk, met twee man sterk. Inclusief mezelf dus.

Dan bots je weleens tegen elkaar.

Het komt ook een beetje omdat ik er toch ben en er met mijn neus bovenop zit. Ik zet nog even het bruisende water met aardbeien en basilicum op tafel. Ik probeer de ander het op zijn manier te laten doen, en ondertussen weet ik precies hoe de salade eruit moet zien. Erik voelt dat. Ik denk dat de sla daarom viel.

Dus daar staan we dan. En ik ben degene die op moet zouten. Binnenkort. Echt.

Dit stuk verscheen eerst in mijn mail.

Dit vind je misschien ook interessant