Dan schuif ik met mijn gezin aan tafel onder de pergola, op een koele maar zonnige zomerse dag. We gniffelen als we de passievruchttaart aansnijden. De vorige keer hadden Erik en ik deze taart al helemaal op voordat Boris uit school kwam. Boris neemt een grote hap. Klik.
De fotograaf legt dit precieze beeld vast, om 11.45 uur, dinsdag 21 juli 2026.
Als je me vijfentwintig jaar geleden had gevraagd deze toekomst te voorspellen, dan had dit een hele verre, verre droom geleken. Met deze man, die ik toen al kende. Een knuffelig kind van ons samen. Een bedrijf dat ik me nog niet kon voorstellen. Op een plek die wel uit een sprookje lijkt.
En een lichaam met MS.
Dan kijk ik op tijdens een intervisie en zie de gezichten van de Doyo-trainers die al die tijd aan mijn zijde hebben gestaan, en nooit van plan zijn geweest om weg te gaan.
Alsof ik met mijn gezin en met mijn team in de loopgraven heb gestaan. Niets was zeker, maar van elkaar konden we op aan. Ik kon blind op ze vertrouwen, terwijl de grond letterlijk onder mijn voeten zakte. Ik was geraakt en zij gaven mij dekking. Zij waren er.
Dan spreek ik met mijn neuroloog alsof we dat al jaren zo doen. Dit was pas de tweede afspraak. En we hebben een plan. Om mij op vier vlakken vooruit te helpen. In sneltreinvaart nog wel. Met andere deskundigen die hij inschakelt, nog voor hij op het vliegtuig stapt voor zijn vakantie.
We schudden de hand. Ik leg mijn andere hand erbovenop. “Je zegt ‘ik heb nog niets gedaan’. Maar dat is niet waar voor mij. Dit betekent heel, heel veel voor mij.”
Ik wist altijd wanneer ik de volgende stap moest nemen. Niet in gedachten, maar van binnen, in dit lichaam. Maar nu met een dieper begrip van waarom de dingen zijn zoals ze zijn.
Dit stuk verscheen eerst in mijn mail.