De stem die harder wordt

De deur van het secretariaat gaat open voordat de bel is uitgeklonken. Een vader, jas nog aan, telefoon nog in zijn hand. “Ik heb de mail gelezen,” zegt hij tegen de vrouw achter de balie. “Over het rooster. Dat pik ik niet.”

Zijn stem is al een toon te hoog voor kwart voor negen ’s ochtends.

Ik heb dit soort scènes tientallen keren gezien in trainingen omgaan met agressie op scholen, bij baliemedewerkers, conciërges, leerkrachten die toevallig het dichtst bij de deur stonden. Nooit exact hetzelfde verhaal, wel exact hetzelfde patroon.

Het lichaam van de vrouw achter de balie reageert eerder dan haar hoofd. Adem hoog, schouders omhoog, blik op de deur achter hem, waar de uitgang is. Dat is geen zwakte. Dat is duizenden jaren oud en volkomen terecht. De vraag is niet of dat gebeurt. De vraag is wat ze ermee doet in de drie seconden erna.

Een van de eerste dingen die we in de training aanleren: spanning zie je vroeger dan je denkt, als je weet waar je op moet letten. Niet bij het schreeuwen. Bij de jas die aanblijft. Bij de telefoon die niet wordt weggelegd. Bij het feit dat iemand is komen lopen in plaats van bellen.

Zij zag het. Ze legde haar pen neer, expres en langzaam, en zei niet “rustig aan” (dat werkt nooit, dat hoor je als een bevel) maar: “Ik zie dat u boos bent. Vertel me wat er gebeurd is.” Rust is geen tegenovergestelde van kracht. Het ís de kracht, in dit soort situaties. Niet omdat het lief is, maar omdat het de enige manier is om niet mee te resoneren met wat de ander al aan het doen is.

Dat betekent niet alles toelaten. Na een paar minuten waarin de vader zijn verhaal kwijt kon, zei ze: “Ik ga niet verder met dit gesprek als u zo tegen mij blijft praten. Ik wil u wel helpen.” Geen verhoging van haar stem. Geen stap terug ook. Een grens, zonder er kou bij te leveren. Dat onderscheid, grenzen stellen zonder de relatie kapot te maken, is precies waar het in de training om draait, en het is het moeilijkste stukje van het hele vak. Iedereen kan hard zijn. Weinig mensen kunnen een grens stellen en de deur toch openhouden.

De vader ging, uiteindelijk, met een afspraak voor volgende week.

Wat niet in dit soort verhalen komt, is wat er daarna gebeurt. Zij ging niet meteen door met de volgende taak. Ze liep naar de gang, dronk water, belde kort een collega om te vertellen wat er gebeurd was. Niet omdat het protocol dat vereist, maar omdat een lichaam dat in alarm heeft gestaan, dat ook weer moet kunnen afsluiten. Dat overslaan is hoe mensen na verloop van tijd uitgeput raken van werk waar ze ooit met plezier aan begonnen. Herstel hoort net zo bij het vak als de-escaleren zelf.

Buiten schooldeuren zie je hetzelfde bij een balie van de gemeente, in een wachtkamer, aan de telefoon van een klantenservice. De situaties verschillen. Het patroon niet: vroeg zien, rust vasthouden, grenzen zonder kou, en achteraf niet doorlopen alsof er niets is gebeurd. Dat is wat we in de training omgaan met agressie oefenen.

Meer over de training omgaan met agressie op scholen.

Nog even die schouders laten zakken?

Bij Doyo werk je niet aan een betere versie van jezelf of je team. Maar versterk je wat er al is.

Dit vind je misschien ook interessant