De stoelen staan in rijen. Vooraan een tafel met twee ambtenaren, een beamer met een plattegrond, achterin een koffiekan die niemand meer aanraakt. Het onderwerp ligt gevoelig en dat weet iedereen in de zaal.
Dan gaat er iemand staan.
Hij schreeuwt niet. Hij staat gewoon op, en dat is genoeg. De hele zaal draait zich half om.
Het ging over de verhuizing van een woonwagenpark. De sfeer werd dreigend. En de projectleider stond daar alleen.
Dat hebben we naderhand geoefend. Niet alleen wat je zegt. Ook waar je staat en hoeveel ruimte je overhoudt. Dat je niet klem komt tussen een tafel en een groep. Dat je weet waar de deur is voordat je hem nodig hebt.
En we oefenden het met een collega erbij.
Toen bleek dat het verschil niet in de zinnen zat. Er stond iemand naast hem. Die hoefde niets te zeggen.
Daarna liepen ze samen naar de auto. Ook dat hebben we geoefend, want daar is het meestal nog niet klaar. Alleen naar je auto lopen na zo’n avond is iets heel anders dan met z’n tweeën.
In geen enkel protocol staat dat je samen naar de auto loopt.