Ze noemde het kindermishandeling

Ze noemde het kindermishandeling. In een teambespreking. Ten overstaan van iedereen.

Het ging over een kind dat misschien te weinig aandacht kreeg van een collega. Misschien. Maar zo klonk het niet. Het klonk als een aanklacht.

De collega over wie het ging zei niets. De anderen ook niet. Niet omdat ze het ermee eens waren. Omdat niemand wist hoe je iets terugzegt tegen iemand die zo spreekt. Tegen iemand die altijd aanwezig is, met haar mening, met haar vinger, met haar blik.

Na de vergadering liepen mensen zwijgend de gang op.

Dit is wat wij psychosociale onveiligheid noemen. Niet een incident. Niet een klacht. Gewoon een sfeer die zich heeft vastgezet. Waarin mensen niet meer vrijuit zeggen wat ze denken, vergaderingen zwaarder wegen dan ze zouden moeten. Waarin iemand die hard werkt, thuiskomt met een gevoel dat ze iets fout heeft gedaan, zonder precies te weten wat.

PSA, psychosociale arbeidsbelasting, klinkt als een term uit een beleidsdocument. Maar dit is wat het in de praktijk betekent. Niet altijd luid. Vaak juist stil.

Psychosociale onveiligheid op school sluipt. Het begint met één vergadering die anders voelt dan normaal. Dan een tweede. Dan een patroon waarbij mensen vooraf al bedenken wat ze wel en niet zeggen. Leerkrachten die elk jaar een dag trainen op agressie van ouders of leerlingen, maar nooit hebben geoefend hoe ze zich staande houden tegenover een collega die de ruimte opslokt.

Dat is geen agressietraining. Maar het vraagt wel dezelfde vaardigheid: weten wat er in je lijf gebeurt als de druk oploopt. En van daaruit een keuze kunnen maken in plaats van te bevriezen of mee te gaan.

Wat we vaker zien: een team oefent op omgaan met agressie van buiten (de boze ouder, de leerling die escaleert) en ontdekt halverwege de dag dat de spanning niet alleen van buiten komt.

Dan verschuift de training. Niet van het programma af, maar naar wat het team op dat moment nodig heeft. Dat vraagt iets van de trainers, en iets van het team. Maar het is precies op die momenten dat er iets beweegt wat al lang stilstond.

Wat helpt, is niet een protocol. Niet een gesprek met de directeur. Niet een werkgroep die een plan van aanpak schrijft.

Wat helpt, is dat een team samen kan zien wat er speelt. Dat er een plek is waar het gezegd mag worden, niet als aanklacht, maar als feit. Dat de stilte na een vergadering niet het laatste woord heeft.

Herken je dit bij jullie team? We werken met schoolteams aan psychosociale veiligheid, vanuit wat er op dat moment echt speelt. Vertel ons wat er aan de hand is.

Even stoppen met 'goed doen'?

In het Programma Zelfontwikkeling werk je niet aan een betere versie van jezelf. Maar aan wat er al is.

Dit vind je misschien ook interessant