Lang heb ik erover nagedacht. Berusting gevonden en ervaren. Acceptatie ook. Ik doe wat ik allemaal nog wel kan. Soms, heel soms, voel ik een kneep in mijn hart als ik over mijn laptop heenkijk, en aan de overkant iemand onder de bomen en het zonlicht daartussendoor geniet van een ochtendwandeling. Het is wat het is.
Maar datzelfde hart licht op als ik ons kind krom zie van het lachen. Als ik vroeg ga slapen en mijn man 10 kussen geef – en vaak iets meer. Als ik praat met het Doyo-team: onze oude kern, maar ook met de nieuwe teamleden die al direct zo’n verbinding voelden met wat ik de afgelopen jaren heb opgebouwd. Het geeft sprankels.
Het verbaast me niet heel erg als een arts van de Breinpoli zegt dat de schade in mijn hersenen blijvend is. Het kon ook bijna niet anders na twee jaar. Al voel ik in slakkentempo wel lichte vooruitgang. Maar soms ook duidelijk even niet. Een fysieke val ligt ieder moment van iedere dag op de loer. Een rotte ruis-storm ook. Het is wat het is.
En nog steeds: mijn man blijft zich verbazen over hoeveel en hoe hard ik werk – meer dan een ‘gezond mens’. Ik heb het geluk dat ik iets heb opgebouwd wat vanuit mijn diepste kern komt. Ik voel me opgetild door de wind als ik iets voor Doyo uitwerk. Ook zie ik de zon schijnen als ons kind dromerig heen en weer danst in het huis.
Het huis waarvoor we langs de rand van de afgrond schuifelden om het te kopen. In een groen, bijna prikkelvrij paradijs.
Omdat we geloofden in deze plek. Voor ons gezin, en voor Doyo. Omdat we geloofden in ons. We hebben altijd buiten de standaard lijntjes gelopen. Altijd. Dus we namen een aanloop en waagden de sprong.
En hier sta ik vandaag. Met blijvende hersenschade. En dan is dat zo. Ik mag hulp voor Doyo ontvangen waar ik anders niet om gevraagd had, van mensen die me verder brengen dan wanneer ik in mijn eentje was blijven rennen.
Er is geen plan B. Doyo is altijd plan A.
