Hij kwam voor een kennismaking. Gewoon kijken of het wat was.
We zaten aan tafel. Ik heb weinig gezegd. Vooral geluisterd. Doorgevraagd waar iets bleef hangen. Niet vanuit een methode — gewoon omdat ik benieuwd was naar wat er onder zat.
Op een gegeven moment stopte hij midden in een zin.
En barstte uit in tranen.
Hij verontschuldigde zich niet. Hij zei: “Dit gebeurt mij nooit. Dus dan weet ik dat ik goed zit.”
Ik vond dat een mooie zin. Niet omdat tranen het bewijs zijn dat er iets klopt — dat zijn ze niet altijd. Maar omdat hij precies benoemde wat er was gebeurd: er was ruimte geweest voor iets wat normaal geen ruimte krijgt.
Dat is niet iets wat wij doen. Het is iets wat ontstaat. Op deze plek, met deze mensen, in deze setting. Zonder agenda. Zonder dat iemand heeft gezegd: hier mag je kwetsbaar zijn.
Psychologische veiligheid in een team werkt hetzelfde. Het is geen afspraak. Geen waarde op de muur. Het is wat er overblijft als de druk om te presteren even wegvalt.