Het gebeurde
Ik weet niet precies wanneer het begon. Misschien was het er altijd al. Als kind keek ik niet alleen naar mensen, maar naar wat er tussen hen bewoog. De laag waar je niet zomaar naar kijkt, maar die je voelt wanneer je stil genoeg blijft. Waar anderen spanning opmerkten wanneer iemand een stem verhief of een blik veranderde, merkte ik het eerder, in dat korte moment waarin de ruimte nét iets anders werd. Ik voelde wanneer een gesprek een andere richting zou nemen voordat iemand dat doorhad. Ik hoorde wat iemand bedoelde, zelfs wanneer de woorden iets anders zeiden. Niet omdat ik dacht dat ik iets moest begrijpen, maar omdat mijn systeem het eenvoudigweg registreerde.
Later, toen ik ouder werd, werd dat zichtbaarder. Ik stond op mijn zestiende achter een bar, tussen rumoer, cappuccino’s, glazenrekken en gesprekken die te intiem waren voor de plek waar ze werden gevoerd. Mensen vertelden wat ze thuis niet konden zeggen. Ze vroegen wat nooit hardop gesteld mocht worden. Soms kwam iemand alleen binnen om af te koelen van een ruzie; soms om even te verdwijnen in een onbekende ruimte waar niemand iets van hem hoefde. Ze wisten vaak niet waarom ze mij dingen vertelden. Ik wist het ook niet. Maar ik wist wel dat ik iets moest terugzeggen vanuit de onderlaag waar hun verhaal eigenlijk vandaan kwam, ook al bleef die laag onuitgesproken.
Het duurde jaren voordat ik begreep dat dit niet een manier van denken was, maar een manier van verstaan.
De taal die geen woorden nodig heeft
De meeste mensen luisteren naar wat er gezegd wordt. Ik luisterde altijd naar wat er gebeurde tijdens het spreken. Niet naar de woorden zelf, maar naar de oorsprong ervan. Naar het moment waarop iemand net even wegvalt uit zichzelf, of juist weer contact maakt met zichzelf. Naar het ritme, de toon, de stilte tussen twee zinnen. Naar de manier waarop iemand iets formuleert dat niet klopt met wat zijn lichaam uitzendt. Het was nooit technisch, nooit bedoeld als analyse. Het was aandacht. Aandacht die niet gericht was op betekenis, maar op waarheid.
Mijn lichaam ving de onderstroom op waarin iemand zichzelf tegensprak, waarin verlangen hoorbaar werd, waarin spanning zich liet zien zonder dat iemand dat hoefde te benoemen. Het was alsof mijn aandacht vanzelf naar de plek ging waar het werkelijk gebeurde. En mensen voelden dat. Niet omdat ik iets deed, maar omdat ik niets forceerde. Mijn aanwezigheid zei niet: vertel het me. Ze zei: je hoeft jezelf niet te beschermen.
En precies daar gebeurt iets. Niet groots, niet dramatisch, maar echt. Iemand hoort zichzelf eindelijk zeggen wat al die tijd gezegd wérd – maar nooit gehoord.
Wanneer mensen zichzelf terug horen
Wanneer iemand merkt dat hij niet beoordeeld wordt maar verstaan, verandert de manier waarop hij spreekt. Het tempo vertraagt. De stem wordt helderder. Iemand vindt zijn eigen grondtoon terug. Voor veel mensen is dat de eerste keer in lange tijd dat ze niet hoeven te overtuigen, niet zichzelf, niet de ander.
Die rust is geen doorbraak, geen verlichting. Het is landen in jezelf. Vanuit die plek ontstaat ruimte. Geen bedacht antwoord, maar een inzicht dat zich aandient omdat de druk wegvalt om iets te moeten zijn.
Aanwezigheid als vorm van leiderschap
Het is een manier van zijn. Interoceptief leiderschap gaat voor mij niet over weten wat iemand nodig heeft. Het gaat over het waarnemen van waar iemand zichzelf kwijtraakt. Over de eerlijkheid onder een verhaal. Over het verlangen onder een beslissing. Over de spanning onder een rol. Het is leiderschap dat begint in stilte, niet in sturing. Leiderschap dat ruimte bewaakt en zichtbaar maakt.
Veel leiders proberen richting te geven door harder te praten, groter te doen, meer te bewijzen. Maar echte richting ontstaat wanneer iemand niet versnelt, maar blijft staan waar hij is. Wanneer iemand spanning niet wegneemt, maar verdraagt. Wanneer iemand niet probeert te imponeren, maar de ander echt ziet.
Dat is wat ik leiders gun: dat ze zichzelf mogen vertrouwen.
Dat zichzelf zijn al genoeg is. Sterker nog: dat is precies het hele punt.
Wanneer aanwezigheid leiderschap wordt
Vanaf dat moment verandert de manier waarop iemand in een ruimte staat. Het gaat niet langer over invloed uitoefenen of overtuigen, maar over zien waar iemand afstand neemt van zichzelf in zijn taal en houding. Over horen waar spanning ontstaat, nog vóórdat die zichtbaar wordt. Over voelen waar iets klopt, nog voordat iemand woorden vindt.
Leiderschap wordt dan niet een rol, maar een vorm van aanwezigheid. Een manier van blijven terwijl anderen wegkijken. Een manier van luisteren die niet zoekt naar het juiste antwoord, maar naar het punt waar iemand zichzelf terugvindt. In die rust gaan mensen anders spreken. Echte keuzes ontstaan uit aanwezig blijven. Omdat iemand die leidt niet groter wordt dan nodig, maar gewoon blijft waar hij is.
Dat is de ingang.
En daar begint leiderschap dat klopt.
Het veld waarin je dit terugvindt
Sommigen noemen het sensitiviteit, anderen intuïtie. Voor mij is het herkenning van een manier van kijken. Ik zie dezelfde kwaliteit terug bij de mensen om mij heen in Doyo: in hun eigen taal, in hun lichaam, in hun manier van opletten. Mensen die niet harder gaan praten om gehoord te worden. Mensen die spanning kunnen dragen zonder dat spanning een probleem wordt. Mensen die stilte geen leegte vinden, maar informatie. Daarom werkt het werk dat we doen. Daarom voelen mensen zich gezien. Daarom hebben kleine verschuivingen vaak een groot effect.
Waarom ik dit deel
Omdat er taal nodig is voor iets wat ik leiders en teams gun. Iets wat zelden wordt benoemd maar alles verandert. We leven in een tijd vol stappenplannen en methodes, maar de grootste verschuivingen komen niet uit meer doen. Ze komen uit verstaan. Uit de plek waarin iemand zichzelf eindelijk terughoort.
Interoceptief leiderschap is geen rol en geen techniek. Het is een manier van aanwezig zijn die iets opent dat we allemaal kennen, maar vaak kwijt zijn. Het brengt ons terug naar het punt waarop richting vanzelf ontstaat, zonder druk en zonder haast. En misschien is dat wel de essentie: dat leiderschap niet begint bij weten, maar bij zien wat er al gebeurt en durven blijven waar je bent.
Wil je lezen hoe deze manier van kijken doorwerkt in alles wat we doen? Begin hier.