Op 7 januari word ik veertig.
Dat getal heeft me vroeger weleens opgejaagd. Alsof er vóór die tijd iets af moest zijn. Alle antwoorden duidelijk en alle schaapjes op het droge. Maar zo voelt het nu niet. Ik ervaar geen afronding. Eerder een overgang.
De afgelopen jaren heb ik veel geoefend. Niet bewust met dit doel voor ogen, maar omdat het leven dat van me vroeg. Oefenen in luisteren naar een lichaam dat grenzen aangeeft. Oefenen in niet forceren als oude reflexen zeggen dat dat wel zou moeten. Oefenen in aanwezig blijven, ook als het even spannend wordt.
Langzaam werd iets zichtbaar. Niet omdat ik méér deed, maar omdat ik bleef. Omdat sommige processen alleen bestaan bij gratie van blijven. Een lichaam dat ik niet langer voorbij liep. Een bedrijf dat niet meer hoeft te bewijzen wat het waard is. Een mens die mag zijn.
Wat ik leerde – en nog steeds leer – is blijven voelen wat klopt, en daar ook naar handelen. Zelfs wanneer de buitenwereld daar (nog) geen taal voor heeft of liever iets anders ziet.
Doyo is daarin met me meegegroeid. Of misschien groeide ik met Doyo mee. Wat ooit begon als bouwen, uitleggen en vormgeven, voelt nu meer als meemaken en verwoorden wat er gebeurt. Het fundament is er, het huis staat er. De juiste mensen vinden hun weg naar ons.
Veertig voelt voor mij niet als: nu begint het pas. Maar als: dit mag ik nu leven en doorgeven. Met alles wat ik onderweg geleerd heb. Met alles wat nog mag komen. Met de mensen om me heen. Met rust, herstel en plezier.
Misschien is dat wel wat zichtbaar wordt als je lang genoeg oefent: dat je niet iemand anders hoeft te worden, maar steeds meer jezelf.
PS
Ik deel dit niet als conclusie, maar als momentopname. Misschien herken jij hier iets in van je eigen proces.