Vanaf het moment dat ik dit woord ooit voor het eerst las, liet het me nooit meer los: zelfverwerkelijking.
Ik vond het vreemd dat het helemaal bovenaan in Maslow’s piramide stond. Alsof het iets was voor ‘later’, voor mensen die hun leven al keurig op orde hadden. Voor mij voelde het eerder als iets fundamenteels. Niet als luxe, maar als levensbehoefte. Voor mij is zelfverwerkelijking gezondheid. Net zo nodig als zuurstof.
Wat is zelfverwerkelijking?
Alleen al over dit ene woord zou je een boek kunnen schrijven. Een ontwikkeling die oneindig is, waaruit een steeds grotere vrijheid ontspruit. Over groeien in bewustzijn, over lagen afpellen die nooit af zijn, over persoonlijkheid die steeds meer tot uiting komt. Niet om iemand anders te worden, maar om steeds zuiverder datgene te leven wat van binnen al klopt.
Niet zonder ‘werk’, zoals ook in het woord ‘zelfverwerkelijking’ te vinden valt. Maar dan het soort werk dat ruimte maakt in plaats van spanning. Het werk dat begint met eerlijk durven te kijken. Voelen wat je raakt, en waarom.
Wat is een leven zonder ontwikkeling? Zonder richting, zonder die drive die je helpt te bewegen, zelfs wanneer niets aan de buitenkant verandert? Met mijn gezondheid nog niet on point voel ik des te duidelijker hoe essentieel betekenis en beweging zijn. Niet harder doorzetten, maar wijzer bewegen. Minder moeten, meer kloppen.
Later las ik dat Maslow zijn piramide zelf nooit als piramide had bedoeld, maar als een taart. Misschien bedoelde hij hetzelfde als ik: dat groei niet bovenaan staat, maar er doorheen stroomt. Altijd. In elke laag van het leven.
En taart is nooit een slecht idee. 🍰
Juist omdat zelfverwerkelijking niet zwaar hoeft te zijn. Soms bestaat groei uit één eerlijk inzicht. Eén stap die klopt. Eén moment waarop je voelt: hier word ik meer mezelf.